Weten en organiseren

De Wet terugdringen schoolverzuim bevat vier maatregelen die voorwaardelijk zijn om vroegtijdige interventies in te kunnen zetten om langdurig schoolverzuim te voorkomen en verminderen. En om te voorkomen dat kinderen geen vorm van onderwijs krijgen (door beroep op vrijstelling 5 onder a) terwijl er wel onderwijsmogelijkheden zijn. Hieronder wat je moet weten en organiseren.

Een samenvatting van de Wet terugdringen schoolverzuim, die geschreven is voor alle professionals binnen het onderwijs, vind je hier.

Maatregel 1 – Versterken van het verzuimbeleid

Het terugdringen en aanpakken van verzuim vraagt om een gedegen verzuimbeleid op school. De school moet een aantal onderdelen verplicht opnemen in het verzuimbeleid.

Het kan zijn dat jouw expertise gevraagd wordt bij het ontwikkelen en evalueren van het verzuimbeleid. Je brengt praktische kennis in over hoe verzuimregistratie, opvolging en signalering in de praktijk verlopen. Je denkt mee over werkbare afspraken, taakverdeling en een goede aansluiting op de ondersteuningsstructuur. Jij zorgt dat het verzuimbeleid niet alleen klopt op papier, maar ook logisch en werkbaar is voor iedereen die ermee moet werken.

Afhankelijk van jouw functie en positie binnen de school, richt jij je daarnaast op een effectieve uitvoering van het beleid. Jij draagt bij aan bewustwording in het team en zorgt voor regelmatige communicatie over het verzuimbeleid bij alle teamleden en betrokken partners bij de school (zoals de leerplichtambtenaar en jeugdarts/-hulpverlener). Hierbij heb je ook aandacht voor nieuwe medewerkers. Daarnaast monitor je hoe het beleid in de praktijk wordt uitgevoerd en signaleer je waar bijsturing nodig is. Je zorgt voor duidelijke communicatie richting ouders en leerlingen.

In veel scholen maak je onderdeel uit van een team dat zich richt op het voorkomen van en terugdringen van verzuim. Vaak wordt dit een schoolaanwezigheidsteam (SAT) genoemd. Elk teamlid heeft daarin zijn eigen rol, taken en verantwoordelijkheden. Jij zorgt er mede voor dat de rollen, taken en verantwoordelijkheden helder zijn beschreven in het beleid, evenals op welke wijze de samenwerking met het ondersteuningsteam en met externe partners is georganiseerd.

Maatregel 2 – Verbeteren van het zicht op verzuim


Om problematisch schoolverzuim op tijd en adequaat tegen te gaan is het noodzakelijk dat er een goed beeld is van verzuim, zowel van ongeoorloofd als geoorloofd (ziekte)verzuim. Door zorgvuldige registratie en analyse kan beter inzicht worden verkregen in het (schoolbrede) verzuim en mogelijke oorzaken, waardoor gerichte en passende interventies kunnen worden ingezet. Scholen zijn daarom verplicht om verzuim te registreren in tenminste de categorieën geoorloofd en ongeoorloofd verzuim.


De verzuimgegevens van de leerlingen op de school worden aangeleverd aan DUO. DUO verwerkt deze gegevens tot veilige, samengevoegde cijfers en deelt ze vervolgens met gemeenten en samenwerkingsverbanden. Zo ontstaat er ook regionaal zicht op patronen en ontwikkelingen in verzuim, waardoor gezamenlijk ingezet kan worden op het voorkomen en terugdringen van schoolverzuim.

Jij bent vaak degene die bewaakt dat verzuim correct en tijdig wordt geregistreerd. Jij ondersteunt het schoolteam bij zorgvuldige registratie.

Jij zorgt dat verzuimgegevens kloppen voordat ze worden aangeleverd.

Ook kun je een rol hebben in het analyseren van de verzuimgegevens. Je onderzoekt of er patronen zijn op school-, groeps- en eventueel leerlingniveau. En je signaleert wanneer verzuim zorgelijk wordt.

Je deelt deze informatie met het team en hebt hierover structureel een gesprek met de schoolleiding en eventueel betrokken ondersteuningsprofessionals.

Kort gezegd: Jij zorgt dat verzuim niet alleen zorgvuldig wordt geregistreerd, maar ook dat patronen en zorgelijk verzuim tijdig worden herkend zodat passende vervolgstappen kunnen worden gezet.

Uit onderzoek naar ziekteverzuim en kortdurend ongeoorloofd verzuim van Roelofs et al. (2021) blijkt dat in de praktijk de patronen van verzuim niet altijd goed in beeld zijn. Juist patronen waarbij sprake is van een stapeling van kortdurend ongeoorloofd verzuim en ziekteverzuim zijn relevant. Deze stapeling leidt bij een deel van de leerlingen tot ernstige vormen van veelvuldige en langdurige afwezigheid op school. Aandacht voor de analyse van verzuimgegevens is dus van belang, en vooral om ziekteverzuim en ongeoorloofd verzuim in samenhang te bekijken (Roelofs, et al. (2021).

Maatregel 3 – Tijdig betrekken van de leerplichtambtenaar bij ongeoorloofd verzuim

Het aanpakken van zorgelijk ongeoorloofd verzuim is het meest effectief wanneer vroeg wordt gesignaleerd en gehandeld (Van Sleeuwen & Heyne, 2020). De school kan voortaan eerder een signaal afgeven aan de leerplichtambtenaar bij zorgelijk ongeoorloofd verzuim, nog onder de zestien uur in vier weken grens. De school mag zelf bepalen wat zij onder ‘zorgelijk ongeoorloofd verzuim’ verstaat en legt dit vast in het verzuimbeleid.

Doordat jij inzicht hebt in alle verzuimgegevens van de school, heb jij een cruciale rol in het signaleren van zorgelijke patronen. Het is van belang dat je deze signalen tijdig bespreekbaar maakt binnen de school, zodat passende vervolgstappen kunnen worden gezet.

Het kan zijn dat jouw expertise gevraagd wordt bij het definiëren van zorgelijk ongeoorloofd verzuim. Dat gaat vaak om situaties waarin meerdere kleine signalen samen een patroon vormen. Denk hierbij aan een leerling die elke dag te laat komt, meerdere keren net onder de meldgrens van zestien uur blijft, ongeoorloofd verzuimt in combinatie met veelvuldig geoorloofd verzuim of waarbij er signalen zijn van problemen in de thuissituatie, op school of in het welzijn van de leerling.

Het is belangrijk dat je helder hebt welke afspraken er binnen jullie school gelden rondom zorgelijk ongeoorloofd verzuim en wat jouw rol is

 wat jullie school verstaat onder zorgelijk ongeoorloofd verzuim

 wie dit signaleert

 bij wie een signaal moet worden gemeld

 wie een melding naar DUO maakt

 hoe de samenwerking met leerplicht is georganiseerd

Afhankelijk van de invulling van jouw rol binnen de school en de inrichting van de ondersteuningsstructuur, zorg jij mede voor een goede afstemming met de leerplichtambtenaar, jeugdhulp en andere betrokkenen binnen en buiten de school. Zodat in gezamenlijkheid passende ondersteuning wordt ingezet en wordt voorkomen dat zorgelijk ongeoorloofd verzuim zich ontwikkelt tot langdurige afwezigheid.

Maatregel 4 – Verbeteren procedure vrijstelling op lichamelijke en psychische gronden

Voor sommige leerlingen is het door lichamelijke of psychische problemen (tijdelijk) niet mogelijk om naar school te gaan. Ouders kunnen in dat geval een beroep doen op een vrijstelling van de inschrijvingsplicht. Daarvoor is een verklaring nodig van een arts, waarin staat dat de leerling op dat moment niet in staat wordt geacht om onderwijs te volgen.


Artsen moeten voortaan advies vragen van het samenwerkingsverband over het onderwijskundig perspectief: de ontwikkelmogelijkheden van de leerling in het onderwijs binnen een redelijke afstand van de woonplaats. Dit advies moet als bijlage toegevoegd worden aan de verklaring. Ook verdwijnt het onderscheid tussen de jaarlijkse en permanente vrijstelling: er is variatie mogelijk in de duur van de vrijstelling.

Deze maatregel vraagt vooral afstemming tussen artsen, samenwerkingsverbanden en waar nodig schoolleiding. Maar wanneer je wordt gevraagd mee te denken, helpt het om te denken vanuit mogelijkheden: wat zou vanuit de school wel mogelijk zijn voor deze leerling? Onderwijsdeelname doet ertoe voor de ontwikkeling en het toekomstperspectief van leerlingen!

In beeld blijven begint bij gezien worden!