Hoorrecht

De stem van de leerling in het onderwijs. Informatie over de Wet versterking positie ouders en leerlingen.

Introductie

Alle kinderen en jongeren hebben het recht hun mening te geven over zaken die hen aangaan (art. 12, Verdrag inzake de Rechten van het Kind, 1989). Dit recht geldt ook in het onderwijs. Sinds 1 augustus 2025 is het hoorrecht verankerd in onze onderwijswetgeving.

Wetgeving en kaders

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd op 20 november 1989 aangenomen door de Verenigde Naties. In dit verdrag zijn de rechten van kinderen wereldwijd vastgelegd.

De Wet ‘Versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijs’ is in werking getreden op 1 januari 2025. Met deze wet moeten scholen het volledige ondersteuningsaanbod opnemen in de schoolgids en moeten zij leerlingen hoorrecht geven over hun ontwikkelperspectief (OPP) en over het ondersteuningsaanbod in de school. Ook zijn alle samenwerkingsverbanden verplicht een ouder- en jeugdsteunpunt te hebben. De onderdelen over het ondersteuningsaanbod in de schoolgids en het hoorrecht traden vanaf 1 augustus 2025 in werking.

Op onze website vind je hier meer informatie over Wet 'Versterking positie ouders en leerlingen'.

Hoorrecht en inclusief onderwijs

Leerlingen zien en horen.

De leerling betrekken bij hun eigen OPP, van praten óver en tégen naar praten mét hen.

Elke leerling heeft het recht gezien, gehoord, gewaardeerd en gemist te worden. Het hoorrecht geldt voor de leerlingen in het regulier (voortgezet) onderwijs met een OPP en voor alle leerlingen in het gespecialiseerd (voortgezet) onderwijs (Handreiking OPP, deel 3.1). De wet stelt geen voorwaarden aan degene die het gesprek met de leerling voert. De school hoort elke leerling die daartoe in staat is en dit wil, op een passende manier en in overeenstemming met de leeftijd, het ontwikkelings- en taalniveau en de rijpheid van de leerling. De school stemt af op wat de leerling nodig heeft om zijn mening te kunnen laten horen. School stelt het OPP pas op (en bij) nadat de leerling de gelegenheid heeft gekregen om vrijelijk zijn beleving en mening te geven. Indien de leerling niet handelingsbekwaam is, dan stelt de school het OPP - na op overeenstemming gericht overleg met ouders én met hun instemming op het handelingsdeel - vast. (Uit de nieuwe FAQ 7 Hoorrecht op het OPP: hoe is dit te realiseren? - punt 2).

Hoorrecht van alle leerlingen op het ondersteuningsaanbod van de school

De Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs betreft ook het recht van alle leerlingen om mee te denken over het ondersteuningsaanbod van de school. Dit ondersteuningsaanbod bevat handvatten voor leerlingen, ouders en school en schrijft zowel de basisondersteuning als de extra ondersteuning voor de leerlingen die dit nodig hebben. Alle leerlingen moeten de gelegenheid krijgen om hun mening te geven over het ondersteuningsaanbod. Het is aan de leerlingen om hier al dan niet gebruik van te maken. In de school gids staat vermeld op welke wijze leerlingen zijn betrokken en welke invloed hun meedenken heeft gehad op het ondersteuningsaanbod. De school bepaalt zelf hoe ze dit doet, bijvoorbeeld via een vragenlijst of een enquête, aangepast aan de mogelijkheden van de leerlingen. (Uit de nieuwe FAQ 7 Hoorrecht op het OPP: hoe is dit te realiseren? - punt 7).

Tools en documenten

Verdiepende vragen

Hoe pas ik het hoorrecht op het OPP toe bij mijn leerlingen?

Weet je niet goed hoe je het hoorrecht op het OPP kan toepassen bij jouw leerlingen? Lees dan de vragen bij punt 6 van de De nieuwe FAQ 7; Hoorrecht op het OPP: hoe is dit te realiseren?

Hoe pas ik het hoorrecht op het ondersteuningsaanbod toe op het jonge kind?

Weet je niet goed hoe je het jonge kind kunt laten meedenken over het ondersteuningsaanbod van de school? Kijk dan voor ideeën naar De nieuwe FAQ 7; Hoorrecht op het OPP: hoe is dit te realiseren? punt 7.

Agenda en terugblik

Gerelateerde onderwerpen

Ondersteuning op school (website van de Onderwijsinspectie)

Informatie voor leerlingen (website van Stichting Onderwijsgeschillen)