Wet terugdringen schoolverzuim | Doelgroep 1: de onderwijsprofessional
Erkenning en gezien worden is belangrijk voor leerlingen. Dit begint in de schoolse situatie altijd bij de onderwijsprofessional in of buiten de klas (Kennisrotonde, 2022). Als onderwijsprofessional zie je leerlingen regelmatig, en juist daarom ben je vaak de eerste die merkt wanneer een leerling uit verbinding raakt. Je bent van groot belang voor het opbouwen van een relatie met de leerlingen, voor het signaleren van verzuim en doorspelen van mogelijke zorgen.

Elke schooldag of lesuur begint met een ogenschijnlijk simpele handeling: het aftekenen van de presentielijst. Misschien heb je er nooit zo bij stil gestaan, maar met jouw handelen leg je een basis voor inzicht en overzicht. Door jouw registratie wordt zichtbaar welke leerlingen meedoen, leren en groeien - en ook wie dreigt los te raken. Een leerling die afwezig is, raakt steeds verder verwijderd van die verbinding, met alle mogelijke gevolgen van dien. Juist daarom is verzuim een belangrijk signaal.
Kortom: als onderwijsprofessional ben je vaak de eerste die veranderingen in aanwezigheid signaleert. Daarmee begint bij jou het proces van herkennen, begrijpen en waar nodig handelen.
Maatregel 1: Versterken van het verzuimbeleid
De school moet een aantal onderdelen verplicht opnemen in het verzuimbeleid.
Maatregel 2: Verbeteren van zicht op verzuim
Om problematisch schoolverzuim op tijd en adequaat tegen te gaan is het noodzakelijk dat er een goed beeld is van verzuim, zowel van ongeoorloofd als geoorloofd (ziekte)verzuim. Door zorgvuldige registratie en analyse kan beter inzicht worden verkregen in het verzuim en mogelijke oorzaken, waardoor gerichte en passende interventies kunnen worden ingezet. Scholen zijn daarom verplicht om verzuim te registreren in tenminste de categorieën geoorloofd en ongeoorloofd verzuim.
De verzuimgegevens van de leerlingen op de school worden geleverd aan DUO. DUO verwerkt deze gegevens tot anonieme, samengevoegde cijfers en deelt ze vervolgens (beveiligd) met gemeenten en samenwerkingsverbanden.
Uit onderzoek van Roelofs et al. (2021) blijkt dat een stapeling van kortdurend ongeoorloofd verzuim en ziekteverzuim voorkomt. Deze stapeling leidt bij een deel van de leerlingen tot ernstige vormen van veelvuldige en langdurige afwezigheid op school. Het is dan ook van belang om ongeoorloofd en geoorloofd verzuim in samenhang te bekijken.
Het is enorm belangrijk om zo vroeg mogelijk te signaleren dat het op school niet goed gaat met een leerling. Wanneer een leerling aangeeft dat dingen niet goed lopen, is het cruciaal om daar écht naar te luisteren. Vaak kun je dan nog met relatief eenvoudige maatregelen voorkomen dat een leerling vast loopt op school.
Maatregel 3: Tijdig betrekken van de leerplichtambtenaar bij ongeoorloofd verzuim
Het aanpakken van zorgelijk ongeoorloofd verzuim is het meest effectief wanneer vroeg wordt gesignaleerd en gehandeld (Van Sleeuwen & Heyne, 2020). De school kan voortaan eerder een signaal afgeven aan de leerplichtambtenaar bij zorgelijk ongeoorloofd verzuim, nog onder de grens van 16 uur in vier weken.
Maatregel 4: Verbeteren procedure vrijstelling op lichamelijke en psychische gronden
Voor sommige leerlingen is het door lichamelijke of psychische problemen (tijdelijk) niet mogelijk om naar school te gaan. Ouders kunnen in dat geval een beroep doen op een vrijstelling van de inschrijvingsplicht. Daarvoor is een verklaring nodig van een arts, waarin staat dat de leerling op dat moment niet in staat wordt geacht om onderwijs te volgen.
Artsen moeten voortaan advies vragen van het samenwerkingsverband over het onderwijskundig perspectief: de ontwikkelmogelijkheden van de leerling in het onderwijs binnen een redelijke afstand van de woonplaats.
